3 uren geleden
(Dit bericht is het laatst bewerkt op 3 uren geleden door Wim -de roetsende.)
Wel of geen eBike i.p.v. een gewone fiets is dus niet meer de vraag. Gewoon niet dus.
In plaats van een ander gemotoriseerd voertuig is juist wel een goede optie.
Ik hoop dat jullie dit ook als niet lid kunnen lezen:
https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2...~v2839753/
De tekst:
Het is dé revolutie in Nederland Fietsland van de afgelopen jaren: de traditionele fiets maakt plaats voor de elektrische. Wat betekent dat voor de gezondheid van Nederlanders? ‘In de jeugd is een e-bike bijna altijd een negatieve verandering.’
Door Hanneke de Klerck
Fotografie Jurre Rompa
27 maart 2026, 05:00
Ik zit op een fiets, heb flink tegenwind, ga 23 kilometer per uur en het kost me geen enkele moeite. Dat voelt niet alleen zo, dat meten ook de twee mannen om me heen. Ik heb een hartslagmeter om, een zuurstofmasker op en ik fiets in een lab op de Universiteit Twente. Daar testen we hoeveel inspanning een elektrische fiets kost ten opzichte van een reguliere – bijna zou ik zeggen: een ouderwetse – zonder ondersteuning.
Elektrische fietsen verdringen gewone. Je ziet dat op straat. Je leest het in de cijfers, zoals die van brancheorganisaties Bovag en Rai. In 2014 bestond nog 51 procent van de verkochte fietsen uit stadsfietsen, 21 procent was elektrisch. In 2024 (de meest recente cijfers) was het percentage stadsfietsen gedaald naar 20 en dat van elektrische gestegen naar 48. Daarnaast werden nog eens 13 procent fatbikes verkocht en kleine percentages andere categorieën, zoals race- en kinderfietsen.
Wat doet die toename van ondersteund fietsen met de gezondheid van Nederlanders? Worden ze massaal luier, slapper, zwaarder? Er is geen land in Europa waar het fietsen zo is geïntegreerd in het dagelijks leven. Meer dan 28 procent van de verplaatsingen gaan met de fiets, voornamelijk met de stadsfiets, blijkt uit cijfers voor 2023 verzameld door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.
Span je je in op een e-bike? In Enschede bij de Universiteit Twente deden bewegingswetenschapper Jasper Reenalda en biomedisch ingenieur Erik Maartens al eerder een kleine pilot met tien deelnemers in het lab om daarover data te verzamelen. De proef, in samenwerking met Sports Valley (onderdeel van ziekenhuis Gelderse Vallei), wordt over een poosje voortgezet.
Ze hebben een elektrische fiets in een indoortrainer gehangen, waarmee ze de weerstand kunnen aanpassen. Zo kunnen verschillende standen worden getest. In de pedalen zitten vermogensmeters die bijhouden welk vermogen ik zelf lever en wat van de fietsmotor komt.
Erik Maartens beweegt rond de fiets waarop ik tussen 21 en 23 kilometer per uur moet fietsen. Na een opwarmronde stelt hij elke drie minuten nieuwe waarden in. Die tijd is voldoende om in de data goed zichtbaar te maken hoeveel energie ik lever. Ik fiets met en zonder ‘tegenwind’, op turbo- en ecostand en zonder ondersteuning, zes keer drie minuten in totaal. ‘Wind mee’ weigerde dienst op de dag dat ik testte, maar wie heeft ooit wind mee in Nederland?
Beweegrichtlijnen
Fietsen was een laagdrempelige manier van bewegen, die Nederlanders voor hebben op inwoners van andere landen, waar afstanden groter zijn en heuvels of bergen in de weg kunnen zitten. Wie elke dag niet ondersteund fietst naar zijn werk of school, ook de gewone fiets pakt voor een boodschapje of om bij iemand langs te gaan, voldoet bijna ongemerkt aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad. Verdeeld over een week moet je minstens 150 minuten besteden aan een matig intensieve inspanning, zoals fietsen. Dat is goed voor je spieren, je hart, je bloedvaten en je geestelijke gezondheid.
Maar volgens CBS en RIVM voldeed in 2024 slechts 46 procent van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan die richtlijnen. Kinderen tot 11 jaar bewogen veruit het meest, middelbare scholieren en ouderen het minst. De cijfers fluctueren per jaar, maar zijn standaard laag.
Uit een RIVM-rapport over 2021 blijkt het belang van fietsen. In dat jaar bewoog 46,6 procent van de volwassenen van 18 jaar en ouder voldoende. Werd fietsen niet meegeteld, dan bleef daar 36,9 procent van over. Van de jongeren bewoog 36 procent voldoende, hadden ze niet naar school gefietst, dan was dat gedaald naar 21,8 procent.
En, opnieuw volgens cijfers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid: juist jongeren vervangen het vaakst de fiets voor een e-bike. Dan is het geen wonder dat de noodklok wordt geluid. Sportartsen hebben al voorgesteld de e-bike te verbieden voor kinderen onder de 12 jaar (16 jaar zou ze nog liever zijn, maar daarmee worden jongeren die ver van school wonen erg benadeeld).
Dat jongeren minder bewegen ligt niet alleen aan de e-bike, Delfts onderzoek laat zien dat ze ook vaker thuisblijven en vaker met de auto worden gebracht. Bewegen concurreert met andere zaken, zoals sociale media, zegt Marthe Westerbroek, via een beeldverbinding. Zij werkt bij het Mulier Instituut dat wetenschappelijk onderzoek doet naar sport en bewegen. Zelf houdt ze zich vooral bezig met het thema leren bewegen. 'We zien grote verschillen tussen bevolkingsgroepen in mate van inactiviteit. Veel factoren hebben invloed. Wat doen je vriendjes en vriendinnetjes? Wat heb je van huis uit meegekregen? Hoe is je omgeving op bewegen ingericht? Hoe belangrijk vonden je ouders dat je beweegt?'
Maar het kost geen moeite om op de turbostand te fietsen. Zowel met wind mee als met wind tegen verbruik ik rond een kwart van wat de ‘reguliere fiets’ me kost. Op de grafieken van hartslag en zuurstofopname die op het scherm naast me in real time meelopen, zie ik nog de waarden van toen ik moest stoppen in de opwarmronde omdat Maartens probeerde de ‘wind mee’ aan de praat te krijgen. Die zijn niet nul: een lichaam in rust verbruikt ook energie. Ze verschillen nauwelijks van wat ik zie terwijl ik op turbostand trap.
Dus ja, bij zulke meetwaarden moet de kans groot zijn dat je over tien, twintig jaar aan de gezondheid van de Nederlandse bevolking ziet dat de e-bike de gewone fiets is gaan vervangen. Dat denkt ook Maria Hopman, hoogleraar integratieve fysiologie bij het Radboudumc in Nijmegen. Aan de telefoon begint ze met wat positief is aan elektrisch fietsen: ‘Ze zijn top als je de auto ervoor laat staan. Ze zijn ook een goede optie voor mensen die het niet, of niet meer, lukt een brug op te fietsen of tegen de wind in.’
Maar het negatieve overheerst: wie eenmaal een elektrische fiets heeft, pakt vaak de gewone niet meer. ‘Ik vind het een zorgelijke ontwikkeling, vooral voor middelbare scholieren. Je ontneemt jongeren zo een goede basis voor fitheid en gezondheid. Als ze, zeg, vijf kilometer naar school moeten fietsen, hebben ze per dag alvast een uur beweging of zo gehad en dat is voor de rest van hun leven belangrijk. Want het is een periode van groei, een periode dat de spieren zich ontwikkelen en waarin ook de basis wordt gelegd om later in je leven sportief te blijven.’
Ik vind het kindermishandeling
Maria Hopman
hoogleraar integratieve fysiologie, RadboudUMC
Ze is niet bang het sterk te formuleren. ‘Ik vind het kindermishandeling. Want ouders kopen die fietsen. En ja, dan wordt er gezegd: maar anders horen ze er niet bij. Maar je koopt toch ook geen vapes voor je kinderen? Ik vind dat hier een grote verantwoordelijkheid voor de ouders ligt.’
Marthe Westerbroek is milder. ‘Het is een complex probleem. Ja, er leven zorgen over jongeren die een elektrische fiets gebruiken. Ze fietsen misschien meer kilometers maar met minder inspanning. Maar ik maak me ook zorgen om de jongeren die zich überhaupt niet zelfstandig actief verplaatsen, bijvoorbeeld omdat hun ouders ze brengen. Het is belangrijk ook die inactieve groep te blijven stimuleren om wel de fiets te pakken. Een e-bike kan hierbij helpen, ook al is dat niet de beste oplossing en zou je liever zien dat jongeren gewoon fietsen.’
In het lab zegt ook Jasper Reenalda dat het gebruik van een elektrische fiets positief is als je hem gebruikt om een gemotoriseerd voertuig te vervangen – een auto, een scooter, de trein. Zelfs op de turbostand doe je dan meer dan je deed.
In de jeugd is een e-bike bijna altijd een negatieve verandering
Jasper Reenalda
Bewegingswetenschapper
‘In de jeugd is een e-bike bijna altijd een negatieve verandering’, zegt Reenalda. ‘Maar er komt een kantelpunt. In het werkende leven kan een e-bike de auto vervangen. Op vakantie kan hij helpen in de bergen. En op een gegeven moment kom je op een leeftijd waarop een elektrische fiets een verrijking is, ervoor zorgt dat je kunt blijven fietsen.’
De turbo biedt de fiets de meeste ondersteuning. Maar wat gebeurt er bij minimale ondersteuning, de ecostand? Op de fiets in het lab voel ik een groot verschil. Nu werk ik mee, zoals wanneer ik op een stadsfiets een brug af ga, of die halsstarrige stand ‘wind mee’ toch ineens is aangesprongen. De meetwaarden laten dat ook zien: met ‘tegenwind’ gebruik ik wat meer dan 70 procent van het vermogen dat de gewone fiets me kost, zonder wind 77 procent. Dat is nog best serieus trappen.
Mijn resultaten komen overeen met die uit de pilot. Reenalda wilde in eerste instantie onderzoeken hoeveel vermogen een fietser moet leveren in verschillende ondersteuningsstanden bij verschillende typen motors en fietsen. Met die gegevens zou je een fiets kunnen ontwikkelen die ondersteuning biedt op het moment dat de fietser die nodig heeft.
Maar de intelligente motor die dat oplevert, zou een fiets veel duurder maken. ‘En even vooruit denken: zo’n fiets gaat niemand kopen. Want dat is een heel vervelende e-bike die jou alleen maar ondersteunt wanneer die fiets vindt dat jij dat nodig hebt.’
De focus is nu verlegd naar het verzamelen van gegevens die de discussie beter van feiten kunnen voorzien. Want er zijn veel meningen over e-bikes, maar er is betrekkelijk weinig onderzoek naar gedaan. In cijfers wordt het gebruik van e-bikes en gewone fietsen vaak niet uitgesplitst of alleen afgeleid (bijvoorbeeld: als jongeren verder fietsen, maar dat in dezelfde tijd doen als een aantal jaar geleden kun je aannemen dat ze meer elektrisch fietsen). Voor welke mate van ondersteuning fietsers kiezen is vrijwel nooit bekend. Internationaal onderzoek is niet goed te vertalen naar Nederland. Omdat in het buitenland veel minder wordt gefietst, is de e-bike daar juist vaak een manier om meer te gaan bewegen.
Hoe kunnen richtlijnen eruit zien? Misschien, zegt Reenalda, zou je conclusie zijn dat er een minimumleeftijd voor e-bikes moet komen, dat kinderen ze niet mogen gebruiken. Of kun je voor verschillende groepen aanbevelingen maken over verantwoord gebruik. Bewustwording is belangrijk. ‘Mensen denken dat ze goed bezig zijn, want ze zijn buiten en ze bewegen. Maar met een e-bike op turbostand kun je de beweegrichtlijnen eigenlijk niet halen, daarvoor lever je veel te weinig inspanning. Op ecostand kan het, al zul je verder moeten fietsen dan op een stadsfiets. Die nuance verdwijnt een beetje in het zwart wit debat over e-bikes, dat door fatbikes heel erg op scherp is gesteld.’
Kunnen we nog terug? Nederlanders zover krijgen de e-bike te laten staan of dan tenminste de turbostand te mijden?
‘Dat is lastig’, zegt Reenalda. ‘Het is zo verleidelijk om de turbostand te gebruiken. Je moet erg gemotiveerd zijn om aan je conditie te werken om de fiets op eco te laten staan.’
Dat vreest ook Maria Hopman: ‘De meeste mensen gebruiken de ecostand niet, tenzij ze hun fiets heel bewust gebruiken. Terwijl: het is nodig om je moe te maken. Dagelijks bewegen moet de basis zijn. Dus pak gewoon die stadsfiets als je 5 kilometer verder moet zijn.’
En hoe zorg je dat kinderen en jongeren in hun dagelijks leven blijven bewegen?
Reenalda: Als je als kind al gewend bent om op een e-bike te fietsen, wordt het erg lastig om later weer een stap terug te doen. Van pubers kun je niet verwachten dat ze hun e-bike op eco zetten als turbo ook kan. En rijden ze elke dag op turbo, en ook de korte stukken, dan zagen ze aan het fundament van de beweegnorm. Dus je zou willen dat jongeren geen e-bike gebruiken.’
‘Er is geen simpele, eenduidige oplossing om mensen te stimuleren te bewegen’, zegt Westerbroek. Zij benadrukt hoe belangrijk het is dat zelfs de kleinste kinderen al worden gestimuleerd. ‘Op het kinderdagverblijf bijvoorbeeld. Dat gaat om dingen als: laat je kindjes zelf op een stoeltje klimmen, laat je ze zelf hun jasjes aantrekken? En moeten ze in een kring zitten of mogen ze ook dansen terwijl de muziek aan staat? We kunnen ouders er bewust van maken hoe ze het goede voorbeeld kunnen geven. Zet je je kind in een autostoeltje en ga je van A naar B? Zet je het achterop de fiets? Of ga je juist wandelen en neem je een loopfietsje mee, zodat het kindje kan bewegen?
‘Ik denk dat zowel in onderzoek als in de praktijk nog veel kansen liggen om samen met jongeren te kijken: wat past bij jullie. Je ziet nu dat op scholen mobieltjes niet meer mogen. Wat ga je dan tijdens de pauze doen? Wat zijn dingen die je leuk vindt, waardoor je toch in beweging kan komen?’
Ondertussen verwacht het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid dat het gebruik van de elektrische fiets toeneemt met 40 procent in 2030 (en het gebruik van de gewone fiets daalt met 11 procent). Het dagelijkse, gedachteloze, tussen de bedrijven door bewegen neemt daardoor ongetwijfeld verder af.
Wordt de Nederlander luier, vadsiger en zwakker? Waarschijnlijk wel. Tenzij hij de ecostand omarmt of op een andere manier de noodzakelijke beweging zoekt. Zoals de jonge vrouwen die ik 's ochtends op een elektrische fiets zie arriveren bij de spinningles.
In plaats van een ander gemotoriseerd voertuig is juist wel een goede optie.
Ik hoop dat jullie dit ook als niet lid kunnen lezen:
https://www.volkskrant.nl/kijkverder/v/2...~v2839753/
De tekst:
Het is dé revolutie in Nederland Fietsland van de afgelopen jaren: de traditionele fiets maakt plaats voor de elektrische. Wat betekent dat voor de gezondheid van Nederlanders? ‘In de jeugd is een e-bike bijna altijd een negatieve verandering.’
Door Hanneke de Klerck
Fotografie Jurre Rompa
27 maart 2026, 05:00
Ik zit op een fiets, heb flink tegenwind, ga 23 kilometer per uur en het kost me geen enkele moeite. Dat voelt niet alleen zo, dat meten ook de twee mannen om me heen. Ik heb een hartslagmeter om, een zuurstofmasker op en ik fiets in een lab op de Universiteit Twente. Daar testen we hoeveel inspanning een elektrische fiets kost ten opzichte van een reguliere – bijna zou ik zeggen: een ouderwetse – zonder ondersteuning.
Elektrische fietsen verdringen gewone. Je ziet dat op straat. Je leest het in de cijfers, zoals die van brancheorganisaties Bovag en Rai. In 2014 bestond nog 51 procent van de verkochte fietsen uit stadsfietsen, 21 procent was elektrisch. In 2024 (de meest recente cijfers) was het percentage stadsfietsen gedaald naar 20 en dat van elektrische gestegen naar 48. Daarnaast werden nog eens 13 procent fatbikes verkocht en kleine percentages andere categorieën, zoals race- en kinderfietsen.
Wat doet die toename van ondersteund fietsen met de gezondheid van Nederlanders? Worden ze massaal luier, slapper, zwaarder? Er is geen land in Europa waar het fietsen zo is geïntegreerd in het dagelijks leven. Meer dan 28 procent van de verplaatsingen gaan met de fiets, voornamelijk met de stadsfiets, blijkt uit cijfers voor 2023 verzameld door het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid.
Span je je in op een e-bike? In Enschede bij de Universiteit Twente deden bewegingswetenschapper Jasper Reenalda en biomedisch ingenieur Erik Maartens al eerder een kleine pilot met tien deelnemers in het lab om daarover data te verzamelen. De proef, in samenwerking met Sports Valley (onderdeel van ziekenhuis Gelderse Vallei), wordt over een poosje voortgezet.
Ze hebben een elektrische fiets in een indoortrainer gehangen, waarmee ze de weerstand kunnen aanpassen. Zo kunnen verschillende standen worden getest. In de pedalen zitten vermogensmeters die bijhouden welk vermogen ik zelf lever en wat van de fietsmotor komt.
Erik Maartens beweegt rond de fiets waarop ik tussen 21 en 23 kilometer per uur moet fietsen. Na een opwarmronde stelt hij elke drie minuten nieuwe waarden in. Die tijd is voldoende om in de data goed zichtbaar te maken hoeveel energie ik lever. Ik fiets met en zonder ‘tegenwind’, op turbo- en ecostand en zonder ondersteuning, zes keer drie minuten in totaal. ‘Wind mee’ weigerde dienst op de dag dat ik testte, maar wie heeft ooit wind mee in Nederland?
Beweegrichtlijnen
Fietsen was een laagdrempelige manier van bewegen, die Nederlanders voor hebben op inwoners van andere landen, waar afstanden groter zijn en heuvels of bergen in de weg kunnen zitten. Wie elke dag niet ondersteund fietst naar zijn werk of school, ook de gewone fiets pakt voor een boodschapje of om bij iemand langs te gaan, voldoet bijna ongemerkt aan de beweegrichtlijnen van de Gezondheidsraad. Verdeeld over een week moet je minstens 150 minuten besteden aan een matig intensieve inspanning, zoals fietsen. Dat is goed voor je spieren, je hart, je bloedvaten en je geestelijke gezondheid.
Maar volgens CBS en RIVM voldeed in 2024 slechts 46 procent van de Nederlanders van 4 jaar en ouder aan die richtlijnen. Kinderen tot 11 jaar bewogen veruit het meest, middelbare scholieren en ouderen het minst. De cijfers fluctueren per jaar, maar zijn standaard laag.
Uit een RIVM-rapport over 2021 blijkt het belang van fietsen. In dat jaar bewoog 46,6 procent van de volwassenen van 18 jaar en ouder voldoende. Werd fietsen niet meegeteld, dan bleef daar 36,9 procent van over. Van de jongeren bewoog 36 procent voldoende, hadden ze niet naar school gefietst, dan was dat gedaald naar 21,8 procent.
En, opnieuw volgens cijfers van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid: juist jongeren vervangen het vaakst de fiets voor een e-bike. Dan is het geen wonder dat de noodklok wordt geluid. Sportartsen hebben al voorgesteld de e-bike te verbieden voor kinderen onder de 12 jaar (16 jaar zou ze nog liever zijn, maar daarmee worden jongeren die ver van school wonen erg benadeeld).
Dat jongeren minder bewegen ligt niet alleen aan de e-bike, Delfts onderzoek laat zien dat ze ook vaker thuisblijven en vaker met de auto worden gebracht. Bewegen concurreert met andere zaken, zoals sociale media, zegt Marthe Westerbroek, via een beeldverbinding. Zij werkt bij het Mulier Instituut dat wetenschappelijk onderzoek doet naar sport en bewegen. Zelf houdt ze zich vooral bezig met het thema leren bewegen. 'We zien grote verschillen tussen bevolkingsgroepen in mate van inactiviteit. Veel factoren hebben invloed. Wat doen je vriendjes en vriendinnetjes? Wat heb je van huis uit meegekregen? Hoe is je omgeving op bewegen ingericht? Hoe belangrijk vonden je ouders dat je beweegt?'
Wind mee en wind tegen
Span ik me in op een e-bike? De test geeft een goede indicatie van hoe hard ik moet werken, al gaat het niet helemaal zoals buiten. Het gewicht van de fiets speelt geen rol, de balans of auto’s van rechts ook niet, ik hoef niet op en af te stappen. De 21 kilometer per uur op de ‘gewone’ fiets kost net wat meer kracht dan ik prettig vind. De fiets op turbostand wil veel harder dan 23 kilometer. Het kost me moeite hem binnen de afgesproken limiet te houden.Maar het kost geen moeite om op de turbostand te fietsen. Zowel met wind mee als met wind tegen verbruik ik rond een kwart van wat de ‘reguliere fiets’ me kost. Op de grafieken van hartslag en zuurstofopname die op het scherm naast me in real time meelopen, zie ik nog de waarden van toen ik moest stoppen in de opwarmronde omdat Maartens probeerde de ‘wind mee’ aan de praat te krijgen. Die zijn niet nul: een lichaam in rust verbruikt ook energie. Ze verschillen nauwelijks van wat ik zie terwijl ik op turbostand trap.
Dus ja, bij zulke meetwaarden moet de kans groot zijn dat je over tien, twintig jaar aan de gezondheid van de Nederlandse bevolking ziet dat de e-bike de gewone fiets is gaan vervangen. Dat denkt ook Maria Hopman, hoogleraar integratieve fysiologie bij het Radboudumc in Nijmegen. Aan de telefoon begint ze met wat positief is aan elektrisch fietsen: ‘Ze zijn top als je de auto ervoor laat staan. Ze zijn ook een goede optie voor mensen die het niet, of niet meer, lukt een brug op te fietsen of tegen de wind in.’
Maar het negatieve overheerst: wie eenmaal een elektrische fiets heeft, pakt vaak de gewone niet meer. ‘Ik vind het een zorgelijke ontwikkeling, vooral voor middelbare scholieren. Je ontneemt jongeren zo een goede basis voor fitheid en gezondheid. Als ze, zeg, vijf kilometer naar school moeten fietsen, hebben ze per dag alvast een uur beweging of zo gehad en dat is voor de rest van hun leven belangrijk. Want het is een periode van groei, een periode dat de spieren zich ontwikkelen en waarin ook de basis wordt gelegd om later in je leven sportief te blijven.’
Ik vind het kindermishandeling
Maria Hopman
hoogleraar integratieve fysiologie, RadboudUMC
Ze is niet bang het sterk te formuleren. ‘Ik vind het kindermishandeling. Want ouders kopen die fietsen. En ja, dan wordt er gezegd: maar anders horen ze er niet bij. Maar je koopt toch ook geen vapes voor je kinderen? Ik vind dat hier een grote verantwoordelijkheid voor de ouders ligt.’
Marthe Westerbroek is milder. ‘Het is een complex probleem. Ja, er leven zorgen over jongeren die een elektrische fiets gebruiken. Ze fietsen misschien meer kilometers maar met minder inspanning. Maar ik maak me ook zorgen om de jongeren die zich überhaupt niet zelfstandig actief verplaatsen, bijvoorbeeld omdat hun ouders ze brengen. Het is belangrijk ook die inactieve groep te blijven stimuleren om wel de fiets te pakken. Een e-bike kan hierbij helpen, ook al is dat niet de beste oplossing en zou je liever zien dat jongeren gewoon fietsen.’
In het lab zegt ook Jasper Reenalda dat het gebruik van een elektrische fiets positief is als je hem gebruikt om een gemotoriseerd voertuig te vervangen – een auto, een scooter, de trein. Zelfs op de turbostand doe je dan meer dan je deed.
In de jeugd is een e-bike bijna altijd een negatieve verandering
Jasper Reenalda
Bewegingswetenschapper
‘In de jeugd is een e-bike bijna altijd een negatieve verandering’, zegt Reenalda. ‘Maar er komt een kantelpunt. In het werkende leven kan een e-bike de auto vervangen. Op vakantie kan hij helpen in de bergen. En op een gegeven moment kom je op een leeftijd waarop een elektrische fiets een verrijking is, ervoor zorgt dat je kunt blijven fietsen.’
De turbo biedt de fiets de meeste ondersteuning. Maar wat gebeurt er bij minimale ondersteuning, de ecostand? Op de fiets in het lab voel ik een groot verschil. Nu werk ik mee, zoals wanneer ik op een stadsfiets een brug af ga, of die halsstarrige stand ‘wind mee’ toch ineens is aangesprongen. De meetwaarden laten dat ook zien: met ‘tegenwind’ gebruik ik wat meer dan 70 procent van het vermogen dat de gewone fiets me kost, zonder wind 77 procent. Dat is nog best serieus trappen.
Mijn resultaten komen overeen met die uit de pilot. Reenalda wilde in eerste instantie onderzoeken hoeveel vermogen een fietser moet leveren in verschillende ondersteuningsstanden bij verschillende typen motors en fietsen. Met die gegevens zou je een fiets kunnen ontwikkelen die ondersteuning biedt op het moment dat de fietser die nodig heeft.
Maar de intelligente motor die dat oplevert, zou een fiets veel duurder maken. ‘En even vooruit denken: zo’n fiets gaat niemand kopen. Want dat is een heel vervelende e-bike die jou alleen maar ondersteunt wanneer die fiets vindt dat jij dat nodig hebt.’
De focus is nu verlegd naar het verzamelen van gegevens die de discussie beter van feiten kunnen voorzien. Want er zijn veel meningen over e-bikes, maar er is betrekkelijk weinig onderzoek naar gedaan. In cijfers wordt het gebruik van e-bikes en gewone fietsen vaak niet uitgesplitst of alleen afgeleid (bijvoorbeeld: als jongeren verder fietsen, maar dat in dezelfde tijd doen als een aantal jaar geleden kun je aannemen dat ze meer elektrisch fietsen). Voor welke mate van ondersteuning fietsers kiezen is vrijwel nooit bekend. Internationaal onderzoek is niet goed te vertalen naar Nederland. Omdat in het buitenland veel minder wordt gefietst, is de e-bike daar juist vaak een manier om meer te gaan bewegen.
Hoe kunnen richtlijnen eruit zien? Misschien, zegt Reenalda, zou je conclusie zijn dat er een minimumleeftijd voor e-bikes moet komen, dat kinderen ze niet mogen gebruiken. Of kun je voor verschillende groepen aanbevelingen maken over verantwoord gebruik. Bewustwording is belangrijk. ‘Mensen denken dat ze goed bezig zijn, want ze zijn buiten en ze bewegen. Maar met een e-bike op turbostand kun je de beweegrichtlijnen eigenlijk niet halen, daarvoor lever je veel te weinig inspanning. Op ecostand kan het, al zul je verder moeten fietsen dan op een stadsfiets. Die nuance verdwijnt een beetje in het zwart wit debat over e-bikes, dat door fatbikes heel erg op scherp is gesteld.’
Kunnen we nog terug? Nederlanders zover krijgen de e-bike te laten staan of dan tenminste de turbostand te mijden?
‘Dat is lastig’, zegt Reenalda. ‘Het is zo verleidelijk om de turbostand te gebruiken. Je moet erg gemotiveerd zijn om aan je conditie te werken om de fiets op eco te laten staan.’
Dat vreest ook Maria Hopman: ‘De meeste mensen gebruiken de ecostand niet, tenzij ze hun fiets heel bewust gebruiken. Terwijl: het is nodig om je moe te maken. Dagelijks bewegen moet de basis zijn. Dus pak gewoon die stadsfiets als je 5 kilometer verder moet zijn.’
En hoe zorg je dat kinderen en jongeren in hun dagelijks leven blijven bewegen?
Reenalda: Als je als kind al gewend bent om op een e-bike te fietsen, wordt het erg lastig om later weer een stap terug te doen. Van pubers kun je niet verwachten dat ze hun e-bike op eco zetten als turbo ook kan. En rijden ze elke dag op turbo, en ook de korte stukken, dan zagen ze aan het fundament van de beweegnorm. Dus je zou willen dat jongeren geen e-bike gebruiken.’
‘Er is geen simpele, eenduidige oplossing om mensen te stimuleren te bewegen’, zegt Westerbroek. Zij benadrukt hoe belangrijk het is dat zelfs de kleinste kinderen al worden gestimuleerd. ‘Op het kinderdagverblijf bijvoorbeeld. Dat gaat om dingen als: laat je kindjes zelf op een stoeltje klimmen, laat je ze zelf hun jasjes aantrekken? En moeten ze in een kring zitten of mogen ze ook dansen terwijl de muziek aan staat? We kunnen ouders er bewust van maken hoe ze het goede voorbeeld kunnen geven. Zet je je kind in een autostoeltje en ga je van A naar B? Zet je het achterop de fiets? Of ga je juist wandelen en neem je een loopfietsje mee, zodat het kindje kan bewegen?
‘Ik denk dat zowel in onderzoek als in de praktijk nog veel kansen liggen om samen met jongeren te kijken: wat past bij jullie. Je ziet nu dat op scholen mobieltjes niet meer mogen. Wat ga je dan tijdens de pauze doen? Wat zijn dingen die je leuk vindt, waardoor je toch in beweging kan komen?’
Ondertussen verwacht het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid dat het gebruik van de elektrische fiets toeneemt met 40 procent in 2030 (en het gebruik van de gewone fiets daalt met 11 procent). Het dagelijkse, gedachteloze, tussen de bedrijven door bewegen neemt daardoor ongetwijfeld verder af.
Wordt de Nederlander luier, vadsiger en zwakker? Waarschijnlijk wel. Tenzij hij de ecostand omarmt of op een andere manier de noodzakelijke beweging zoekt. Zoals de jonge vrouwen die ik 's ochtends op een elektrische fiets zie arriveren bij de spinningles.
Thys 209 Rowingbike - M5 CHR - DF 282 - DFxl 137 - Rans Dynamik Pro - M5 MinimalBike

